Manuel van den Ouden > WEBBLOG > Future > Het leven zonder mondkapje
  • Geplaatst door: Manuel

“De klederen van de melaatse, die door de plaag getroffen is, zullen gescheurd zijn, zijn hoofdhaar zal hij los laten hangen en de bovenlip bedekken en roepen: Onrein, onrein! Zolang hij de plaag heeft, blijft hij onrein; hij is onrein; afgezonderd zal hij wonen, buiten de legerplaats zal zijn verblijf zijn.” Leviticus 13:45-46 (NBG51)

Het leven zonder mondkapje

Onlangs kondigde onze president aan dat hij mondkapjes verplicht wil stellen. Dit om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Het leven zonder mondkapje leek zo vanzelfsprekend. Het is tijden geleden dat we als land een impactvolle situatie van dit formaat op de gehele samenleving aan de hand hebben gehad. Het coronavirus maakt vele dagelijkse dingen anders.

Op zaterdag 26 september j.l. werd ‘De Terugkeer’ gehouden. Een nationale dag van bidden, vasten en verootmoediging waarop aan zo’n 200 plaatsen is meegedaan. Een tijdje later las ik bovenstaande Bijbeltekst in Leviticus: zijn hoofdhaar zal hij los laten hangen en de bovenlip bedekken en roepen: Onrein, onrein!”. Het drong tot mij door dat we niet de enige zijn die ervaring hebben met ‘het leven met een mondkapje’. Vervolgens staat er dat in dit geval de melaatse persoon moet roepen: “Onrein, onrein!”. Het deed mij terugdenken aan de verootmoediging in gebed in de week vooraf aan de ‘De Terugkeer’. We beleden voor God de zonden die wij gedaan hebben als Zijn kerk en volk in dit land. We erkende onze onreinheid voor de Heilige. In de Bijbel lezen we dat Jesaja staat voor God en zegt: Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is, – en mijn ogen hebben de Koning, de Here der heerscharen, gezien. (Jesaja 6:5) Voor de Heilige was Jesaja ervan doordrongen waar hij stond. Zo beleden wij op onze beurt de zonde in de Kerk en in ons land en riepen wij net als de melaatse: “Onrein, Onrein!”. In de kerk heb ik regelmatig de vergelijking horen maken tussen melaatsheid (lepra) en de zonde. In de kerk worden zonden gedaan die we niet langer als zondig zien of ervaren. Nu worden we toch dringend door onze overheid gevraagd een mondkapje te dragen. Door ‘het leven met een mondkapje’ lijkt God ons in één grote vorm van aanschouwelijk onderwijs teruggeroepen naar ‘het leven zonder mondkapje’. Terug naar een rein leven. Het leven met Jezus en zoals Hij ons heeft voorgeleefd.

De tekst in Leviticus gaat verder: Zolang hij de plaag heeft, blijft hij onrein; hij is onrein; afgezonderd zal hij wonen, buiten de legerplaats zal zijn verblijf zijn.” (vers 46) Dit deed mij denken aan het eeuwige koninkrijk en het leven zonder God die onder ons wil wonen. In Leviticus 14 vers 8 staat (over de leproos): En hij die gereinigd moet worden, zal zijn klederen wassen, al zijn haar afscheren en zich in water baden, en hij zal rein zijn: daarna zal hij in de legerplaats komen, maar zeven dagen buiten zijn tent blijven.” In onze tijd doen deze woorden mij denken aan het boek Handelingen waarin Petrus zegt: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen.” Het eeuwige koninkrijk is voor ons allemaal dus laten we in geloof de roep van de hemel beantwoorden. Door onze zonden te erkennen en vergeving te ontvangen opdat Hij ons rein voor zich zal stellen en ons land herstellen.

Zoals de centrale tekst rondom ‘De Terugkeer’ luid: Wanneer Ik de hemel toesluit, zodat er geen regen is, wanneer Ik de sprinkhanen gebied het land kaal te vreten, indien Ik pest onder mijn volk zend, en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.” (2 Kronieken 7:13, 14)

Auteur: Manuel

Geef een antwoord